Europese strategische autonomie: defensie, weerbaarheid en veiligheid als beleggingsvraagstuk

Ruben Kwast - Investment Strategist -

Liesbeth Hazebroek - Adviseur MVB -

Thomas van Galen - Chief Strategist -
Deze nieuwe werkelijkheid vraagt niet alleen om politieke besluitvorming, maar ook om omvangrijke investeringen in technologie, infrastructuur en productiecapaciteit. Daarmee ontstaat naast een veiligheidsopgave ook een ambitieus financieringsvraagstuk. Tegen deze achtergrond wordt steeds vaker gekeken naar de rol van institutionele beleggers. Pensioenfondsen en verzekeraars nemen geen publieke verantwoordelijkheid over, maar kunnen wel een rol spelen als kapitaalverschaffers van economische activiteiten die raken aan defensie, weerbaarheid en veiligheid. Daarbij gaat het vooral om investeringen in private ecosystemen van technologiebedrijven, industriële ondernemingen en infrastructuur.
Wij onderzoeken waar institutioneel kapitaal kan bijdragen aan het oplossen van financieringsknelpunten binnen de waardeketen van defensie, weerbaarheid en veiligheid. Tegelijkertijd vraagt dit thema om duidelijke MVB-toetsing, expliciete kaderstelling en bestuurlijke keuzes over positionering, risicobereidheid en governance
Samenvattend
- De wereld is veranderd. Veiligheid is voor Europa niet langer vanzelfsprekend, waardoor defensie, weerbaarheid en veiligheid opnieuw nadrukkelijk op de politieke en economische agenda staan.
- Defensie, weerbaarheid en veiligheid ontwikkelen zich hierdoor steeds meer tot een investeringsvraagstuk. Hogere ambities vragen niet alleen om publieke besluitvorming, maar ook om investeringen in technologie, infrastructuur en productiecapaciteit.
- Institutioneel kapitaal kan hierin een rol spelen, vooral waar ondernemingen moeten opschalen voordat contractzekerheid en kasstromen volledig zichtbaar zijn. De meest logische aansluiting ligt bij private markten, zoals private equity, private debt en infrastructuur.
- Betrokkenheid vraagt wel om duidelijke MVB-toetsing, expliciete bestuurlijke keuzes en kaderstelling over positionering, risicobereidheid, governance en monitoring.
Een fundamentele verschuiving in de Europese veiligheidsomgeving Europa heeft decennialang geopereerd vanuit de veronderstelling dat veiligheid een gegeven was, gedragen door de naoorlogse veiligheidsarchitectuur en de trans-Atlantische alliantie. Inmiddels groeit het besef dat het continent minder vanzelfsprekend kan leunen op externe veiligheidsgaranties. De Verenigde Staten blijven een centrale bondgenoot binnen de NAVO, maar veranderende politieke prioriteiten en een sterkere focus op nationale belangen hebben de discussie over Europese strategische autonomie versneld. Wanneer de Amerikaanse bijdrage aan de Europese veiligheid in de toekomst zou afnemen, ontstaat de vraag in hoeverre Europese landen deze capaciteit zelf kunnen opvangen. Figuur 1 laat zien dat de Verenigde Staten nog altijd een aanzienlijk groter deel van de NAVO-uitgaven voor hun rekening nemen dan Europa en Canada gezamenlijk.
Figuur 1: NAVO Defensie-uitgaven van de Verenigde Staten, Europa en Canada

Bron: NATO Defence Expenditure Report 2025, Achmea IM
Tegelijkertijd vormen hogere defensie-uitgaven slechts een eerste stap. Wanneer Europa een groter deel van zijn eigen veiligheid wil organiseren, moeten veiligheidsambities worden omgezet in productiecapaciteit, technologieontwikkeling en infrastructuur. In deze vertaalslag van budget naar uitvoerbaarheid ontstaan nieuwe vraagstukken rond opschaling, financiering en investeerbaarheid. De Europese veiligheidsopgave hangt daarmee niet alleen af van politieke urgentie of defensiebudgetten, maar ook door de vraag in hoeverre industriële capaciteit daadwerkelijk kan worden opgeschaald. Deze uitvoeringsopgave raakt ook aan de bredere Europese discussie over concurrentiekracht en strategische autonomie. In zijn rapport over de toekomst van de Europese economie positioneert Mario Draghi (2024) veiligheid expliciet als randvoorwaarde voor economische weerbaarheid en langetermijngroei. Daarbij legt hij een directe relatie tussen veiligheid, industriële capaciteit en het functioneren van Europese kapitaalmarkten. Draghi wijst op gefragmenteerde kapitaalmarkten, beperkte schaal en structurele onderinvestering in strategische sectoren als belangrijke Europese zwaktes. Hierdoor wordt veiligheid naast een geopolitiek of militair vraagstuk, ook een investerings- en financieringsvraagstuk. Institutionele beleggers beschikken in potentie over eigenschappen die bij delen van deze opgave aansluiten, zoals schaal, een lange beleggingshorizon en ervaring met kapitaalintensieve sectoren. Tegelijkertijd opereren zij binnen duidelijke mandaten, risicokaders en governance-structuren, waardoor hun betrokkenheid begrensd blijft. Institutioneel kapitaal kan daarom vooral een rol spelen waar investeerbaarheid, opschalingsbehoefte en institutionele randvoorwaarden samenkomen.
De waardeketen kent meerdere financieringsknelpunten Om te bepalen waar investeerbaarheid, opschalingsbehoefte en institutionele randvoorwaarden samenkomen, is een nadere ordening van de waardeketen nodig. Daarvoor maken we gebruik van de Technology Readiness Level-systematiek (TRL). Deze internationaal gebruikte schaal ordent technologieontwikkeling van fundamenteel onderzoek tot industriële productie, en maakt inzichtelijk hoe risico’s, kapitaalbehoefte, financieringsbronnen en investeerbaarheid zich gedurende de verschillende ontwikkelfasen ontwikkelen. Figuur 2 geeft hiervan een samenvattend overzicht.
Figuur 2: Overzicht fasen defensieketen en investeerbaarheid

Bron: Achmea IM
Defensie en weerbaarheid omvatten overigens meer dan de traditionele defensie-industrie alleen. Brede weerbaarheid rust ook op een robuuste economische, technologische en maatschappelijke infrastructuur. Achter defensiecapaciteit gaat bovendien een gelaagde waardeketen schuil van gespecialiseerde technologiebedrijven, toeleveranciers en dienstverleners.
Binnen de waardeketen doen zich vooral financieringsknelpunten voor in fasen waarin ondernemingen moeten investeren in groei, productiecapaciteit en opschaling, terwijl toekomstige vraag en kasstromen nog onvoldoende zichtbaar zijn. Het probleem is daarbij niet primair een tekort aan kapitaal, maar een mismatch tussen kapitaalbehoefte, risico en beschikbare financieringsvormen. Hierdoor ontstaat spanning tussen publieke veiligheidsambities en private financierbaarheid. Recente sectoranalyses, waaronder PwC (2025) en de Taskforce Productiezekerheid (2024), bevestigen dit beeld en wijzen op de kloof tussen beleidsmatige urgentie, industriële uitvoerbaarheid en beschikbare financiering. Deze fricties verschillen per fase van de waardeketen en hangen niet alleen samen met technologisch risico, maar ook met reputatie-overwegingen, beperkte sectorexpertise, informatie-asymmetrie en complexe aanbestedingsprocessen. Traditionele bancaire financiering sluit niet altijd goed aan om de gehele waardeketen te financieren. Banken baseren kredietverlening doorgaans op voorspelbare kasstromen, onderpand en historische resultaten, terwijl ondernemingen vaak moeten investeren voordat er sprake is van voldoende contracten, orderstromen en vraagzekerheid. Publieke instrumenten kunnen deze fricties deels verkleinen, maar voorzien niet automatisch in de volledige kapitaalbehoefte. Juist in dit tussengebied kan institutioneel kapitaal aanvullend zijn, vooral bij industrialisatie en capaciteitsopbouw.
“Veiligheid is een expliciete randvoorwaarde voor economische weerbaarheid en langetermijngroei.” – Mario Draghi
“De rol van pensioenfondsen en verzekeraars ligt vooral in het ondersteunen van industrialisatie en capaciteitsopbouw, niet in het financieren van de vroegste of hoogste risico’s.”

De rol van institutionele beleggers in de waardeketen Institutionele beleggers hebben geen vanzelfsprekende rol in alle fasen van de waardeketen. Aan het begin van de keten bevinden zich fundamenteel onderzoek, vroege innovatie en technologieontwikkeling. Deze activiteiten zijn strategisch relevant, maar kenmerken zich door hoge onzekerheid, beperkte schaal en lange doorlooptijden. In deze fases sluiten publieke programma’s, gespecialiseerde investeerders en strategische marktpartijen doorgaans beter aan dan institutioneel langetermijnkapitaal. Aan het andere uiteinde van de keten bevinden zich grootschalige productieactiviteiten en operationele uitvoering. Hier ontstaat vaker investeerbaarheid, omdat contractzekerheid, continuïteit en industriële schaal toenemen. De financieringsbehoefte is daar echter vaak minder knellend, omdat grotere ondernemingen doorgaans beschikken over toegang tot banken, publieke kapitaalmarkten en bestaande industriële relaties.
Figuur 3: Rol institutioneel kapitaal binnen de waardeketen

Bron: Achmea IM
De meest natuurlijke aansluiting voor institutioneel kapitaal ligt daarom in het middensegment van de waardeketen, waar industriële schaal, kapitaalintensiteit en een groeiend perspectief op contractgedreven kasstromen samenkomen. Hier ontstaan de belangrijkste financieringsfricties. Bedrijven moeten investeren in productiecapaciteit, gespecialiseerde faciliteiten en kritieke toeleveringsketens voordat volledige vraag-, contract- en kasstroomzekerheid bestaat. Dit speelt met name bij gespecialiseerde mkb-bedrijven en toeleveranciers in defensie- en dual-use waardeketens. Bancaire kredietverlening sluit hier niet altijd vanzelfsprekend aan, waardoor een financieringsmismatch ontstaat waarin institutioneel kapitaal, binnen bestaande mandaten en governancekaders, aanvullend kan zijn. De rol van pensioenfondsen en verzekeraars ligt daarmee vooral in het ondersteunen van industrialisatie en capaciteitsopbouw, niet in het financieren van de vroegste of hoogste risico’s.
Defensie, weerbaarheid en veiligheid binnen bestaande beleggingscategorieën De aanvullende rol van institutioneel kapitaal in de waardeketen betekent niet dat defensie, weerbaarheid en veiligheid een afzonderlijke beleggingscategorie vormen. Het thema landt vooral binnen het bestaande beleggingsuniversum, met name private equity, private debt en infrastructuur. Het vraagstuk draait daarom minder om nieuwe allocatiestructuren en meer om de vraag hoe bestaande beleggingscategorieën gericht kunnen worden ingezet binnen de defensie- en weerbaarheidsketen. Figuur 4 geeft hiervan een overzicht en laat zien dat de mogelijke bijdrage per beleggingscategorie verschilt.
Figuur 4: Rol institutioneel kapitaal binnen de waardeketen

Bron: Achmea IM
Binnen private equity is vooral growth equity en de scale-up fase relevant. Ondernemingen in de overgang van bewezen technologie naar industriële opschaling beschikken vaak over aantoonbare vraag en strategische relevantie, maar missen de balansruimte om grootschalig te investeren in productiecapaciteit, personeel en ketenversterking. Venture capital kan bijdragen aan eerdere ontwikkelfasen, maar sluit door het hogere technologie- en marktrisico vaak minder goed aan bij een institutionele belegger.
Private debt wordt vooral relevant wanneer ondernemingen beschikken over eerste contracten en zicht op toekomstige kasstromen, maar verdere opschaling nog aanzienlijke investeringen vraagt. Het gaat daarbij onder meer om productiecapaciteit, werkkapitaal, voorraadopbouw en versterking van toeleveringsketens. In deze fase ontstaat vaak een mismatch tussen de timing van investeringen en de beschikbaarheid van financiering. Waar bancaire kredietverlening veelal afhankelijk blijft van historische kasstromen en zekerheden, kan private debt meer flexibiliteit bieden in looptijd, aflossingsprofiel en voorwaarden. Hierdoor sluit private debt relatief goed aan op de kapitaalbehoefte van industriële opschaling en op de behoefte van institutionele beleggers aan voorspelbare kasstromen. Infrastructuur is vooral relevant vanuit het perspectief van weerbaarheid en veiligheid. De bijdrage ligt hier minder in directe defensieproductie en meer in het versterken van maatschappelijke en economische continuïteit. Energie-, transport- en digitale infrastructuur functioneren als onderliggende systemen waarop zowel economische activiteit als operationele inzetbaarheid steunen. Investeringen in capaciteit en robuustheid kunnen direct bijdragen aan energiezekerheid en strategische autonomie, mits zij zijn ingebed in langjarige, contractuele of gereguleerde structuren.
Publieke markten: vooral exposure, beperkte opschaling De rol van publieke markten is binnen dit opschalingsvraagstuk beperkter. Beleggingen in beursgenoteerde defensiebedrijven bieden primair blootstelling, maar dragen doorgaans niet direct bij aan uitbreiding van productiecapaciteit of industriële schaal. Deze ondernemingen beschikken veelal al over toegang tot kapitaalmarkten, waardoor aanvullende secundaire beleggingen slechts beperkt doorwerken in nieuwe investeringen. De bijdrage aan het oplossen van financieringsfricties binnen de waardeketen blijft daarmee relatief indirect.
Een vergelijkbare afweging geldt voor supranationale of nationale defensieobligaties. Dergelijke instrumenten kunnen overheden aanvullende ruimte bieden voor uitgaven en contractering en spelen vooral een rol aan de vraagzijde van de markt. De directe financieringsbehoefte binnen de industriële waardeketen wordt hierdoor echter slechts beperkt geraakt. Vanuit institutioneel perspectief ligt de toegevoegde waarde van langjarig kapitaal voor dit opschalingsvraagstuk daarom nadrukkelijker in private markten dan in publieke aandelen- en schuldmarkten.
Maatschappelijk verantwoord beleggen als toetssteen Beleggen in defensie, weerbaarheid en veiligheid vraagt daarnaast om een zorgvuldige toepassing van MVB-kaders. De defensie- en veiligheidsketen omvat uiteenlopende activiteiten, van vitale infrastructuur en dual-use technologie tot wapensystemen, met verschillen in eindgebruik, risico’s en maatschappelijke gevoeligheid. Waar defensie binnen het MVB-beleid lange tijd vooral werd benaderd via uitsluiting van controversiële wapens, verschuift de aandacht naar investeerbaarheid, maatschappelijke relevantie en bestuurlijke uitlegbaarheid. Het uitgangspunt is dat het MVB-beleid geen afzonderlijke afweging vormt naast risico en rendement, maar een integraal onderdeel is van de beoordeling van investeerbaarheid. Het MVB-beleid hoeft daarbij geen belemmering te vormen voor beleggingen binnen defensie, weerbaarheid en veiligheid, mits wordt voldaan aan reguliere criteria, waaronder het uitsluiten van controversiële wapens. Het is daarom niet de vraag of beleggingen binnen defensie, weerbaarheid en veiligheid mogelijk zijn, maar hoe bestaande uitgangspunten consistent worden toegepast. Een onderscheid tussen defensietoepassingen, dual-use technologieën en bredere weerbaarheidsactiviteiten helpt om risico-rendement, governance, eindgebruik en uitlegbaarheid per categorie te beoordelen. Wapensystemen kennen daarbij doorgaans de hoogste maatschappelijke gevoeligheid, dual-use vraagt nadrukkelijk aandacht voor eindgebruik en governance, terwijl weerbaarheidsactiviteiten vaak minder gevoelig liggen. De beoordeling vindt in alle gevallen plaats binnen bestaande MVB-kaders.
Risico’s van beleggen in defensie, weerbaarheid en veiligheid Beleggen in defensie, weerbaarheid en veiligheid vindt plaats in een omgeving waarin geopolitieke ontwikkelingen, beleidsprioriteiten en maatschappelijke opvattingen snel kunnen veranderen. De risico’s beperken zich daarom niet tot financiële markten, maar raken ook reputatie en bestuurlijke uitlegbaarheid. Daarbij manifesteert risico zich in twee richtingen: het risico van betrokkenheid en het risico van langdurige terughoudendheid.
Het risico van betrokkenheid ligt vooral in reputatie-, beleids-, concentratie- en liquiditeitsrisico. Activiteiten die formeel binnen beleid passen, kunnen alsnog gevoelig liggen bij deelnemers, media of toezichthouders. Vooral bij dual-use technologie, ondersteunende infrastructuur en ketenactiviteiten is de toepassing van MVB-kaders niet altijd eenduidig. Daarnaast kennen private beleggingen lange looptijden en doorgaans beperkte exitmogelijkheden, waardoor ex-ante keuzes, stop- en doorgaancriteria en periodieke herijking essentieel zijn. Ook beleidswijzigingen, aanbestedingsvertragingen of veranderende publieke prioriteiten kunnen direct doorwerken in vraagontwikkeling en waardering.
Daartegenover staat het risico van niet beleggen. Wanneer weerbaarheid en veiligheid breder worden gezien als voorwaarden voor maatschappelijke en economische continuïteit, kan structurele afwezigheid vragen oproepen over maatschappelijke verantwoordelijkheid, strategische positionering en toegang tot relevante investeringsmogelijkheden op de langere termijn.
Van bestuurlijke keuze naar kaderstelling Beleggen in defensie, weerbaarheid en veiligheid begint met een expliciete bestuurlijke keuze. Bestuurders en beleggingscommissies zullen eerst moeten bepalen of zij dit thema beschouwen als een relevant langetermijnthema binnen de portefeuille of juist bewust kiezen voor terughoudendheid. Ook niet beleggen is daarbij een expliciete keuze, met mogelijke gevolgen voor reputatie, kennisopbouw en toekomstige toegang tot investeringsmogelijkheden. Welke keuze ook wordt gemaakt, zij vraagt om een duidelijke bestuurlijke onderbouwing binnen het mandaat en de langetermijndoelstellingen van de portefeuille.
Wanneer die positionering is bepaald, is duidelijke kaderstelling noodzakelijk. Niet iedere investering die financieel mogelijk is, is automatisch passend. Bij een thema met maatschappelijke, geopolitieke en reputatiegevoeligheid voorkomt een kaderstelling dat individuele investeringskansen leidend worden voordat visie, risicobereidheid en uitlegbaarheid voldoende zijn vastgesteld. Kaders helpen om betrokkenheid consistent, beheersbaar en uitlegbaar vorm te geven. Daarbij gaat het onder meer om de keuze tussen een strategische of tactische benadering, geografische focus, toegestane beleggingscategorieën, MVB-randvoorwaarden, risicobereidheid en governance.
Vervolgens ligt het voor de hand om de bestaande portefeuille in kaart te brengen. Defensie, weerbaarheid en veiligheid vormen geen afzonderlijke beleggingscategorie, maar landen binnen bestaande allocaties naar private markten, infrastructuur en liquide beleggingen. Inzicht in bestaande blootstelling via mandaten, managers, strategieën en onderliggende ondernemingen is daarom noodzakelijk voordat aanvullende betrokkenheid wordt overwogen.
Tot slot vraagt dit thema om governance en monitoring die kunnen meebewegen met veranderende omstandigheden. Periodieke herijking, duidelijke escalatieprocedures en vooraf vastgestelde stop- en doorgaancriteria zijn noodzakelijk om betrokkenheid ook op langere termijn consistent, uitlegbaar en beheersbaar te houden. Een veiligheidsomgeving die structureel verandert vraagt immers niet alleen om kapitaal, maar ook om institutionele kaders die bestand zijn tegen veranderende geopolitieke, maatschappelijke en economische omstandigheden.
Bronnen
- Mario Draghi. (2024). The future of European competitiveness
- PwC. (2025). Onderzoek Fondsen en Industrie.
- Taskforce Productiezekerheid. (2024). Rapportage productiezekerheid en opschalingscapaciteit.
“MVB-risico manifesteert zich in twee richtingen: het risico van betrokkenheid en het risico van langdurige terughoudendheid.”
“Beleggen in defensie, weerbaarheid en veiligheid begint met een expliciete bestuurlijke keuze.”